De grootste Pensioen BV specialist van Nederland 
- wij voeren voor meer dan 3500 BV’s de administratie!

Historie: eerdere voorstellen Wiebes

04 jul 2016

Zie ook nieuws over afkoop tegen 65,5% en spaarvariant!

Uit een brief van Staatsecretaris Wiebes van 1 juli 2016, komt het volgende voorstel naar voren: De termijn waarbinnen het PEB (PEB= pensioen eigen beheer in de BV) mag worden afgekocht , en wel tegen de fiscale waarde van de PEB wordt verlengd naar drie jaar. En wel via de volgende staffel:

  • in 2017 geldt een korting van 34,5%,
  • in 2018 een korting van 25%, en
  • in 2019 een korting van 19,5%.

Ter voorkoming van anticipatie-effecten vormen de balanswaarden van 31 december 2015 in beginsel het uitgangspunt.
Afrekenen in 2017 betekent een afkoop tegen een loonheffing van ongeveer 34% (52% maal 65,5%), dat is erg gunstig, vooropgesteld dat de BV de liquiditeiten voor deze afrekening met de fiscus in huis heeft.

De afkoop mag gebeuren tegen de fiscale waarde, en hoeft niet te gebeuren tegen de (veelal) veel hogere commerciële waarde. Dit is veel voordeliger voor de DGA, en de kans dat dividend door de BV kan en mag worden uitgekeerd wordt hierdoor aanmerkelijk hoger.

Meerdere brieven zijn tot op heden door staatsecretarissen verzonden: In de eerste brief van 6 december 2013 geeft staatssecretaris Weekers een aantal oplossingsrichtingen. Een eerste variant zou zijn dat de fiscale pensioenwaardering gebaseerd zou moeten worden op de commerciële.

Een tweede variant is het omgekeerde. Dan zou commercieel fiscaal kunnen volgen de fiscale pensioenverplichting bepaalt dan de hoogte van het pensioen. Dit levert allerlei problemen op met andere pensioengerechtigden, in ieder geval de ex-partner. Ook is het geen oplossing als die niet voor de toekomst wordt doorgetrokken.

De laatste oplossing van Weekers gaat naar een soort oudedagsreserve voor de DGA.

Wiebes heeft bij tweede brief van 2 juni 2014 naar de Tweede Kamer gereageerd op de bovengenoemde brief van Weekers.

In deze tweede brief geeft hij aan dat wat hem betreft “aanpassing van de regeling voor pensioen in eigen beheer alleen zinvol is als de regels eenvoudiger en begrijpelijker worden voor zowel de directeur-grootaandeelhouder als de belastingdienst”.Wiebes wil ook af van de verschillen tussen de fiscale en civiele waarderingsregels bij de waardering van de pensioenverplichting in de BV.

Op 1 juli 2015 heeft staatssecretaris Wiebes een derde brief verzonden met nieuwe ideeën. Twee opties worden door hem uitgewerkt:

  1. De oudedagsbestemmingsreserve (OBR)
  2. Het oudedagssparen in eigen beheer (OEB)

In beide gevallen mag de huidige fiscale reserve worden omgezet. Zijn eigen voorkeur betreft het OEB (dat lijkt het meeste op pensioen).

De positie van de ex-partner blijft hierbij vooralsnog onbenoemd en zal voor veel complexiteit zorgen. De ex partner raakt immers rechten kwijt.

Kiezen DGA’s niet voor omzetting van pensioen eigen beheer in een nieuwe regeling, dan worden de bestaande pensioenaanspraken gewoon bevroren, er mag niet meer worden opgebouwd. En de huidige regeling en wetgeving blijft hierop gewoon van kracht.

Wiebes verklaart in een overleg met de Tweede Kamer op 24 september 2015 het volgende:

“Als je de pensioenvoorziening wilt afkopen, dan schelden we de revisierente kwijt. Ping! Dat is wel 20%, hoor. De revisierente wordt dan dus kwijtgescholden en op de rest – dat moet dan via de loonheffing uit de bv stromen; het mag er daarna ook weer in stromen, maar het moet er via de loonheffing uit stromen – bied je 20% korting op de grondslag. Je scheldt de revisierente dan dus kwijt en bij de loonheffing heb je die 20%. Grosse modo is dat even de som. Maar de directeur-grootaandeelhouder die niet is gesteld op gedoe en klaagt over de dividendklem enzovoorts, kan zich van het probleem ontdoen. Wie ook van een probleem af is, is de Belastingdienst, want het pensioen in eigen beheer staat in de top-10 van uitvoeringsknelpunten. We hebben het hier gewoon over een topper. Dit is een drama voor de Belastingdienst”.

Afkoop mogelijk van pensioenaanspraken tegen 70%

Wiebes suggereert hierboven dat een afkoop van de pensioenaanspraken moet mogelijk zijn op basis van een fiscale waardering met een korting van 20%. Het verschil tussen fiscale en commerciële waardering wordt niet belast.

Op 16 maart 2016 is een afkoop van 70% voorgesteld!

Voorbeeld afkoop: Een pensioenverplichting met een fiscale waarde van 250.000 euro waarde wordt tegen 80% daarvan belast (80% is 200.000) en kan tegen 52% worden afgekocht tegen 104.000 euro.

Invoer wordt beoogd tegen 1 januari 2017.

Wiebes geeft de tweede kamer op 24 september ook aan dat hij voor de kerst 2015 met een definitieve oplossing komt.

Inmiddels is op 16 maart 2016 door Wiebes bij hernieuwde brief een afkoop voorgesteld tegen 70% van de fiscale waarde!

  1. De oudedagsbestemmingsreserve (OBR)
  2. Het oudedagssparen in eigen beheer (OEB)

In beide gevallen mag de huidige fiscale reserve worden omgezet. Zijn eigen voorkeur heeft de OEB.

Kenmerken OBR

  • Een vast percentage van het loon van de DGA (max. € 100.000 minus AOW-franchise) mag worden gedoteerd.
  • Per jaar mag gekozen worden om te doteren, inhaal is niet mogelijk.
  • Geen oprenting tot ingangsdatum.
  • Het is geen verplichting, dat wordt het pas nadat het is omgezet in een lijfrente, dan rent het wel op met de marktrente (U-rendement).
  • De lijfrente moet net als bij bancair sparen 20 jaar duren plus de jaren voor de AOWdatum.
  • Per jaar wordt er 1/20, 1/19, 1/18 uitgekeerd etc.
  • Dat mag vanuit eigen beheer of het mag afgestort worden bij overlijden gaan de resterende termijnen naar de partner/erfgenamen.
  • Als het niet wordt omgezet in een lijfrente valt het vrij in de winst en moet naast vennootschapsbelasting 40% revisierente betaald worden.
  • De DGA is mede hoofdelijk aansprakelijk hiervoor.
  • Er vindt wel een dividendtoets plaats, over de afgelopen 7 jaar, als het geld er t.z.t. niet is.
  • De dotatie cumuleert met lijfrente-aftrek extern en een pensioenregeling (beroepspensioenregeling).
  • Voor een nabestaandenlijfrente voor pensioendatum moet/kan een externe verzekering gesloten, ook deze cumuleert.
  • De Wet VPS (echtscheiding) is niet van toepassing.

Kenmerken OEB

  • Dit is een soort beschikbare premie-lijfrenteregeling.
  • Het is wel een verplichting voor de BV.
  • Per jaar mag er of een vast percentage of een (nieuwe) staffel worden toegezegd van het loon van de DGA (max. € 100.000 minus AOW-franchise).
  • Per jaar mag gekozen worden om mee te doen, inhaal is niet mogelijk.
  • Oprenting met de marktrente (U-rendement).
  • De lijfrente moet net als bij bancair sparen 20 jaar duren plus de jaren voor de AOWdatum.
  • Per jaar wordt er 1/20, 1/19, 1/18 uitgekeerd etc., en dat mag vanuit eigen beheer of het mag afgestort worden.
  • Bij overlijden gaan de resterende termijnen naar de partner/erfgenamen, ook bij overlijden voor pensioendatum moet een lijfrente gaan lopen.
  • Als er niet aan de voorwaarden wordt voldaan is de aanspraak progressief belast verhoogd met 20% revisierente.
  • Er vindt wel een dividendtoets plaats op het moment van dividend uitkeren.
  • De OEB cumuleert met lijfrente-aftrek extern en een pensioenregeling (beroepspensioenregeling).
  • Voor een nabestaandenlijfrente voor pensioendatum moet/kan een externe verzekering gesloten, ook deze cumuleert.
  • De Wet VPS (echtscheiding) is niet van toepassing.

Meer weten?

Wilt u meer weten? Neemt u dan contact met ons op. Laat uw naam en telefoonnummer bij ons achter, dan bellen we u binnen één werkdag terug.

Neem contact op!

Tel nr: 0486 - 416 299 of e-mail:    info@pensioenbv.nu   0486 - 416 299   info@pensioenbv.nu

Wilt u liever dat wij contact met u opnemen? Laat uw gegevens achter en wij bellen u terug!

Aangesloten bij

Strategische samenwerking met